Cyanotypie is een relatief eenvoudige techniek, maar toch lukt een print niet altijd zoals verwacht. Bleke afdrukken, vlekken of een zwak blauw resultaat komen vaker voor dan je denkt — zeker bij beginners, maar ook bij ervaren makers.
Gelukkig zijn de oorzaken meestal goed te herkennen én eenvoudig op te lossen.
1. Te weinig of onregelmatige belichting
Cyanotype heeft voldoende UV-licht nodig. Zwakke zon, te korte belichting of een slechte UV-bron zorgen voor fletse prints. Verleng de belichtingstijd en zorg voor direct contact tussen negatief en papier.
2. Onjuiste mengverhouding
Een verkeerde verhouding tussen ferric ammonium citrate en potassium ferricyanide kan leiden tot zwakke of onvoorspelbare resultaten. Meet altijd nauwkeurig en meng vlak voor gebruik.
3. Slecht of ongeschikt papier
Niet elk papier is geschikt voor cyanotypie. Te glad papier of papier met veel toevoegingen neemt de emulsie slecht op. Gebruik absorberend, zuurvrij papier van goede kwaliteit.
4. Onvoldoende spoelen
Te kort spoelen laat restchemicaliën achter, wat kan zorgen voor vlekken of verkleuring. Spoel altijd ruim met schoon water.
5. Werken in te fel licht
Het coaten van papier moet gebeuren bij gedempt licht. Fel daglicht kan de emulsie al activeren vóór de belichting.
Conclusie
Mislukte cyanotypes zijn bijna altijd het gevolg van kleine, oplosbare fouten. Met aandacht voor licht, mengverhouding en materialen vergroot je de kans op diepe, scherpe blauwe prints aanzienlijk.